Vers uit eigen tuin

Aardappel

Algemeen

In tegenstelling met andere groentes, zaai je aardappels niet. Om een aardappelplant te krijgen, moet je een pootaardappel poten. Uit deze pootaardappelen zal dan een aardappelplant groeien en ondergronds groeien dan vervolgens nieuwe aardappelen aan de plant. Pootaardappelen zijn kleiner dan de aardappelen die je oogst aan de plant.

Er zijn verschillende soorten aardappelen: vroege, halfvroege, halflate en late soorten. En dan heb je natuurlijk ook nog de vastkokende aardappelen en kruimige aardappelen, en alle gradaties er tussenin. Meestal staat op de zak pootaardappelen (of bij de omschrijving als je ze via internet besteld) om wat voor soort aardappelen het gaat. Zie voor meer informatie het kopje ‘poten’.

Aardappelplanten behoren tot de nachtschade familie. Dit is dezelfde familie als de tomaten. Hou hier rekening mee met de vruchtwisseling :-).

In het kort

Soort gewas:
Knolgewas

Poten:
Februari tot en met mei

Oogsten:
Mei tot en met oktober

Plantafstand:
70 x 30 cm

Standplaats:
Volle zon

Square foot gardening:
2 planten per vak

Poten

Een pootaardappel kiezen
Voor het poten van aardappelen moet je een keuze maken tussen één (of meerdere ;-)) van alle beschikbare pootaardappelen. En dat zijn er nog al wat. Als je het liefst van mei tot oktober verse aardappelen uit eigen tuin wilt eten, kun je het beste van alle soorten aardappelen wat nemen, dus wat vroege, halfvroege, halflate en late.  Verder hangt het af van je eigen smaak. Wil je vastkokende of kruimige aardappelen?
Daarbij zijn er verschillende groottes pootaardappelen. Een ‘normale’ maat is 28 tot 35 mm. Pootaardappelen die kleiner zijn dan deze maat, geven grotere, maar minder aardappelen aan een plant. Pootaardappelen die groter zijn dan deze maat, geven kleinere, maar meer aardappelen.

Voorkiemen
Om aardappelen een voorsprong te geven in de groei kun je de vroege aardappelen laten voorkiemen. Dit houdt in dat je ze binnen, lekker warm en licht, in een bakje legt en wacht tot er uitlopers uit de aardappel komen. (Dit is wat ook wel eens gebeurt met aardappelen uit de winkel die al iets te lang in de aardappelbak liggen te wachten om te worden opgegeten ;-))

Poten
Maak de grond goed los, dat maakt het makkelijker voor de aardappelplant om te groeien en aardappels te vormen. Maak gaten van 10 cm (op losse zandgrond) tot 5 cm (zware kleigrond) diep. De gaten moeten ongeveer 35 x 70 cm uit elkaar liggen. (Zie zaai- en oogsttabel voor de plantafstand per aardappelsoort). Vul de gaten op met grond, maar druk de grond niet aan.
Je kunt de aardappels het beste poten op een zonnig plekje. Aardappels zijn namelijk nogal gevoelig voor de aardappelziekte Phytophthora infestans, een schimmelziekte. Als de planten zonnig staan (en ruim uit elkaar), kunnen de planten goed opdrogen na een regenbui en neemt de kans dat deze ziekte de aardappels infecteren af.

Zaai- en oogsttabel
Zaai- en oogsttabel aardappel

Square foot gardening

Aardappelplanten kun je met twee in een vak zetten. Plant de twee aardappelen daarvoor dicht bij elkaar in het midden van het vak. Het probleem met aardappelen is wel dat ze zich ondergronds niet houden aan het vak, dus ze als je de aardappels oogst, heb je kans dat je de naastliggende vakken ook moet uitgraven. Voorzichtig oogsten dus, zodat je de wortels van omliggende planten niet beschadigd.
Als je meerdere verhoogde bakken hebt in de tuin, kun je er voor kiezen om één bak te gebruiken voor de aardappelen, zodat je bij de oogst het hele vak overhoop kan halen zonder andere planten daarbij te hinderen. Een andere optie is om de aardappelen niet in de volle grond te zetten, maar bijvoorbeeld in een pot of mand.

Verdere verzorging

Aardappelplanten zijn niet moeilijk. Een beetje water zo nu en dan en wat onkruid wieden. Het is wel raadzaam om aardappels aan te aarden. Dit houdt in dat je rond de stam van de aardappelplant wat extra aarde legt. Dit doe je als de planten ongeveer 10 cm en 20 cm hoog zijn. Omdat er nu aarde rond de stam ligt, zullen er meer ondergrondse stengels uit de plant groeien, wat weer zijn leiden tot meer aardappels. Ook kan het zo nu en dan gebeuren dat er aardappels boven de grond uitkomen. Als dit gebeurd is het ook raadzaam om wat extra aarde toe te voegen. Als de aardappels namelijk boven de grond komen, worden ze groen en zijn ze niet eetbaar meer.

Oogsten en bewaren

Hele vroege aardappels kunnen geoogst worden als je de aardappels groot genoeg vind. Om te kijken hoe groot de aardappels zijn zul je heel voorzichtig moeten graven tot je een aardappel tegenkomt, maar de kans dat je hierbij wortels beschadigd is zeker aanwezig. Een andere optie is om gewoon één plant te oogsten en te kijken hoe de aardappels erbij staan. Als de aardappels van de geoogste plant nog heel klein zijn, kun je ze eventueel eten als krieltjes. Als de aardappels van de plant naar jou idee groot genoeg zijn, kun je de aardappels van de andere planten ook oogsten.
De vroege aardappels kun je oogsten als het loof begint af te sterven. Dus niet als het loof al helemaal afgestorven is, maar als het begint af te sterven.
Andere aardappelsoorten kun je oogsten als het loof afgestorven is.

De aardappelen kunnen lang bewaard blijven door ze in een halfopen krat te bewaren: droog, in het donker en tussen de 4°C en 8°C. Als ze warmer of licht bewaard worden, heb je kans dat de aardappels uitlopers gaan maken en dan zijn ze niet lang meer houdbaar. Als er vocht bij de aardappelen komt, heb je kans dat de aardappelen gaan schimmelen of rotten.