Vers uit eigen tuin

Van wildernis naar moestuin

Zo’n twee en een halve maand geleden liet ik dit plaatje zien:

Een lege tuin, net gespit en klaar om te veranderen in een mooie moestuin. Half mei was de tuin weer heel wat groener, en dan bedoel ik helaas niet alleen maar met groenteplantjes:

Het is bizar hoe snel onkruid kan groeien als de zon regelmatig schijnt en er een paar buitjes zijn gevallen! Het gras komt weer overal op, de knollen van de helianten zijn door het spitten verspreid en groeien overal en nu het grootste deel van het gras er uit is krijgen berenklauw, zevenblad en heermoes plotseling de ruimte om te groeien. Intussen ben ik met de spitvork elk bed apart doorgegaan. Een stukje met de spitvork los en fijn maken en daarna met de hand de stukjes wortel, knollen en pollen eruit halen. Dit duurde echter zo lang dat ik voor elk bed wat ik vrij had gemaakt er weer drie vol kwamen te staan met onkruid. Daarom heb ik uiteindelijk toch besloten om de tuin te gaan bedekken met worteldoek, zoals je kan zien op de foto. Ik heb lang getwijfeld of ik dit wel wilde doen, maar uiteindelijk heb ik het toch gedaan. Ik hoor namelijk van veel mensen dat het onkruid na een jaar onder worteldoek wel echt dood gaat, dus daar hoop ik erg op. Ik vind het namelijk niet erg om onkruid te wieden, dat hoort er nu eenmaal bij, maar tegen de hoeveelheid wortelonkruiden die hier in de tuin zitten is wat zwaarder geschut misschien toch nodig.

Het bed voor de bietjes, prei en knolselderij is met de hand vrijgemaakt van onkruid. Zoal je kunt zien groeit hier veel minder onkruid dan in de bedden en paden eromheen.

Niet alle bedden zijn afgedekt. Alleen de bedden voor en in het midden van de tuin, waar het meeste onkruid groeit worden afgedekt. En dan op dat stuk alleen de bedden waar planten in staan met een plantafstand van minstens 30 x 30 cm. In het worteldoek maak ik namelijk gaten om de planten in te planten en als ik om de 10 cm een gat maak van ongeveer 7 cm groot, dan blijft er zo weinig doek over dat ik het net zo goed er niet op had kunnen leggen. Maar tussen de tomaten, kolen, sla en pompoenen kan prima worteldoek worden gelegd.

Overal las ik dat je de gaten in het worteldoek moet branden, zodat de randen langs het gat smelten en het doek niet gaat rafelen. Ik wilde eigenlijk geen gasbrander kopen en de andere optie van het verhitten van een blikje boven het gasfornuis en daarmee de gaten branden leek me ook niet ideaal in mijn situatie. De stukken doen zijn namelijk 120 x 360 cm (de afmetingen van mijn bedden) en mijn keuken is ongeveer drie vierkante meter groot met het gasfornuis in het midden van het aanrecht, dus de kans dat het doek per ongeluk in de brand vliegt door het fornuis in het proces leek me vrij groot.

Ik heb geprobeerd om een + te knippen in het worteldoek en deze dan vervolgens naar onder te vouwen en vast te nieten. De nietjes gaan echter uiteindelijk een keertje roesten en loslaten en het doek kan intussen nog steeds rafelen. Door het knippen van een + met het weefsel van het doek mee, in plaats van een X schuin op het weefsel zorg je er wel voor dat de rafelende stukjes niet loslaten, maar het was nog steeds niet ideaal.

Uiteindelijk kwam de tuinbuurvrouw met een goede oplossing: duct tape! Als je een + knipt in het worteldoek en daarna de flapjes naar onder vouwt en vastplakt, dan heb je alle mogelijk rafelende randjes keurig weggewerkt. En als het worteldoek schoon en droog is wanneer je de tape plakt, dan zou het ook prima moeten blijven zitten bij regen. Ik zal in een blogberichtje later dit jaar nog wel even laten weten of deze techniek inderdaad goed werkt.

De andere bedden en de paden heb ik vrij gemaakt door met spitvork de grond lekker los te maken en dan met de hand zo veel mogelijk wortels uit de grond te verwijderen. Dit duurde even, maar het valt me op dat als je dit zo nauwkeurig mogelijk doet, de hoeveelheid onkruid die daarna nog opkomt aanzienlijk minder is. Niet weg, dat had ik ook absoluut niet verwacht, maar in ieder geval zodanig minder dat de plantjes die opkomen makkelijk weg te schoffelen zijn. Door vaak te wieden en te schoffelen hoop ik de laatste wortelstukjes zodanig uit te putten dat ze uiteindelijk niet meer kunnen groeien.

Het begint er al echt uit te zien als een moestuin hè?

Dus genoeg over onkruid, door naar de leuke dingen. Want er groeien dus inmiddels een heleboel andere dingen in de tuin. Uiteraard de uien, worteltjes en aardappelen die als eerste de tuin in gingen, maar ook sla, bietjes, tuinbonen en kolen (alhoewel het grootste deel daarvan nu al tot twee keer aan toe is opgegeten…). Alle niet-winterharde planten (tomaten, paprika’s, maïs, komkommers, courgettes, eenjarige kruiden, enzovoort) zijn ongeveer twee weken geleden uitgeplant en groeien als kool (alhoewel die uitspraak hier niet van toepassing is, omdat de kool dus voor geen meter groeit hier…). Het enige wat nu nog thuis staat in plaats van op de tuin zijn de vaste kruiden, bonen en reserve koolplantjes. De vaste kruiden kunnen deze week uitgeplant, want ook dat bed is inmiddels onkruidvrij. De bonen kunnen worden uitgeplant als de bonenstaken zijn neergezet (nog een klusje voor deze week) en de koolplanten laat ik hier thuis nog flink groter groeien, in de hoop dat welk beestje het ook is dat ze steeds op eet de planten minder aantrekkelijk vind.

De oogst bestaat tot nu toe alleen nog maar uit rabarber, maar daar is wel al veel van geoogst inmiddels, ruim vier kilo. Ik heb in totaal vijf planten staan, dus er groeit meer dan ik op kan eten. Het grootste deel van de rabarber is dan ook weggegeven :). De aardbeien beginnen nu ook te rijpen, dus hopelijk wordt dat het volgende wat er geoogst kan worden. En de bietjes hebben al klein bietjes, de sla begint weer te groeien na aangevreten te zijn en de eerste tomaten en paprika’s beginnen te bloeien. De tuin is dus officieel van een wildernis een moestuin geworden!

Kweekgras verwijderen

Taaaadaaaaa:

Het heeft wat moeite gekost, maar de tuin is leeg! Of nou ja, bovengronds dan. Want kweekgras en ik hebben elkaar goed leren kennen de afgelopen maanden en kweekgras is een waardige tegenstander! Toen ik eenmaal achter in de tuin was en echt geprobeerd had om zo veel mogelijk wortels te verwijderen, begon het gras vrolijk weer op te komen in de voorkant van de tuin… Dus ondergronds zitten nog genoeg rhizomen (de wortels waaruit weer nieuwe planten kunnen groeien), dus zolang die niet weg zijn blijft het terugkomen.

Maar goed, het is al een stuk beter dan het was en ik heb al aardig wat weggehaald. Om een beter beeld te krijgen van hoeveel onkruid en van deze tuin is gekomen: de hoop achter in de tuin is ongeveer vijf bij tweeënhalve meter en is op het hoogste punt ongeveer een meter hoog! Het gaat nog wel even duren voordat dat gecomposteerd is, maar volgens de tuinders op de omliggende tuintjes krijg je er mooie compost van, dus ik wacht geduldig af :-).

Ik heb meerdere manieren uitgeprobeerd om het kweekgras te verwijderen. Gewoon eruit trekken zoals je gewend bent om met onkruid te doen werkt niet, zeker de grote pollen hebben een flink wortelstelsel en zijn erg zwaar, die krijg je er niet zomaar uit getrokken. Als je het er wel uitgetrokken krijgt is de kans groot dat een deel van de wortels zijn afgebroken, waardoor het onkruid weer verder kan groeien.
De volgende stap was de schoffel en de spade, want dat was het enige tuingereedschap wat ik in het begin had. De schoffel was succesvoller dan je misschien zou denken, vooral voor de kleinere kweekgrasplantjes, die geen grote pol hadden gemaakt. Je kunt de schoffel dan op ongeveer 5 cm diepte in de grond onder het gras steken en met wat kracht kun je dan de plant losmaken. Er blijven echter op deze manier nog wel wortels in de grond achter, dus ik zou deze techniek niet aanraden. Hierbij een actiefoto van de eerste dag werk:

De spade was een grotere verbetering, zeker als je een goede scherpe spade hebt. Hoewel dat aardig ging, kost het veel kracht. Het grote nadeel van het gebruik van de spade is dat je de wortels steeds doormidden hakt, en ook de kleine stukjes wortels kunnen weer nieuwe planten maken.

Uiteindelijk heb ik een spitvork gekocht en dat kan ik iedereen aanraden! De spitvork heeft veel voordelen ten opzichte van de spade: je hakt de wortels niet doormidden, het gaat zelfs als de grond aangestampt is en de wortels een dicht netwerk vormen nog vrij makkelijk de grond in en je kunt de plant na het loswrikken prikken aan de spitvork en de losse aarde er dan afschudden, zonder dat je hoeft te bukken om de pol met je handen op te pakken.

Ik heb geprobeerd in foto’s vast te leggen hoe ik het kweekgras uiteindelijk heb verwijderd, maar ik was alleen op de tuin dus ik kon geen actiefoto’s maken zoals hierboven ;-). De spitvork staat er dus een beetje zielig en verlaten bij op onderstaande foto’s, maar hopelijk is het idee duidelijk.

1) Je steekt de spitvork in het gras, ongeveer 20 – 30 cm vanaf de ruimte die je al vrij hebt gemaakt. (Of gewoon ergens in het gras als je nog een begin moet maken)

2) Vervolgens kantel je de spitvork naar achteren, zodat je het gras naar voren en omhoog haalt.

3) De graspol laat in de meeste gevallen nu makkelijk los van de rand. Als dat niet zo is kun je stap 2 op meerdere plekken rond de pol herhalen.

4) Je kunt de graspol dan opprikken met de spitvork en uitschudden, zodat de meeste aarde loslaat van de wortels. Daarna kan het op de compost/onkruidhoop.

Ik heb bijgehouden hoe veel tijd ik kwijt ben geweest aan het vrijmaken: ongeveer 35 uur. Maar de tuin is nog niet helemaal klaar om te gebruiken. De tractor is afgelopen week geweest om te spitten, dus dat hoef ik gelukkig niet te doen (anders zou het nog veel langer hebben geduurd), maar nu de grond los is ga ik nog met de hand zo veel mogelijk van de overgebleven wortels uit de grond halen, dus dat is ook nog wel een paar uurtjes werk.

En omdat ik zelf nu ook wel een beetje genoeg heb van foto’s van een kale tuin, sluit ik dit blogberichtje af met een foto van de paprika- en auberginezaailingen, die achter het raam in de woonkamer staan te genieten van het lentezonnetje :-).

Terug van weggeweest

*Veegt dikke laag stof van blog*

Het is een lange tijd geleden dat ik iets op mijn blog heb geplaatst, ruim een jaar! Dat was niet helemaal de bedoeling, maar door het begin van mijn studie en het gebrek aan een tuin, zijn het tuinieren en de site afgelopen jaar een beetje op een laag pitje komen te staan. Maar eind vorig jaar kwam er plots een mooie kans: een volkstuin op vijf minuten fietsen afstand, 150 vierkante meter groot! Dus als het goed is heb ik dit jaar weer genoeg werk te doen in de tuin en dus ook weer genoeg om over te schrijven!

Dit is hoe de tuin er uit zag eind september vorig jaar. De vorige huurder was toen nog de officiële eigenaar, maar ik mocht alvast aan de gang met het vrijmaken van de tuin. Als je het nog een tuin mag noemen tenminste, want het was inmiddels meer een soort onkruidoerwoud. Het kweekgras stond een meter hoog en er stonden onkruidplanten tussen die net zo groot waren als ik!

Het eerste wat ik dan ook heb gedaan is op expeditie gaan in dit oerwoud, eens kijken wat er zoal in stond en of er nog wat leuks te ontdekken viel tussen al het kweekgras en andere onkruiden. En er vielen nog best veel leuke dingen te ontdekken eigenlijk: drie mooie rabarberplanten, wat verdwaalde aardbeienplanten, venkel, verschillende soorten bloemen waarvan ik geen idee heb of het onkruid is of niet, maar die er wel leuk uit zien, berenklauw (oké, dat was dan niet zo’n leuke ontdekking, hoewel het wel een mooie plant is) en tot slot: ruim 30 vierkante meter aan gele bloemen. Ik heb geen idee welke soort het is, maar ik vind ze heel erg leuk en ze blijven lang mooi als snijbloemen :-). Mocht iemand een idee hebben welke bloemen het zijn, hoor ik het graag!

Inmiddels is het grootste deel van de tuin vrij, zo’n 110 vierkante meter, dat heeft ruim twintig uur gekost. Het zou nog veel langer gaan duren als ik de tuin ook nog helemaal zou moeten spitten met de hand, maar gelukkig hoeft dat niet. Samen met mijn tuinbuurvrouw (die haar tuin heeft overgenomen van dezelfde vorige huurder, en wiens tuin dus in dezelfde staat verkeert) gaan we regelen dat er een tractortje doorheen gaat om alles om te ploegen, zodat we dat zelf niet hoeven te doen, dat scheelt een hoop werk! En dit is hoe de tuin er dan nu bij ligt:

Al een heel stuk beter nietwaar? (Ik geef eerlijk toe dat het er ook al beter uit ziet omdat de berm is gemaaid) Er moet achterin de tuin nog wel een berg planten uit hoor, hoe leuk ik die gele bloemen ook vind, dertig vierkante meter is een beetje overdreven, en die mega berg gras en onkruid die nu in de tuin ligt moet opzij voordat de tractor erin kan (daar had ik misschien bij na moeten denken voordat ik die hele berg ging opbouwen midden in de tuin!) Dus ik heb nog wel wat uurtjes spierpijn te gaan. Maar ik vind het allemaal meer dan waard, want in gedachte zie ik al helemaal voor me hoe dit rommelige stukje land aankomend jaar een mooie moestuin wordt!

En dan tot slot nog even over de site. Ik wil dit jaar (eindelijk) de pagina’s over de groenten en kruiden afmaken, want daar is ook al zeker anderhalf jaar niets meer aan gedaan, dus het is hoog tijd dat daar eens verandering in komt. Daarbij wil ik door middel van blogberichten en pagina’s op de site laten zien hoe ik het in orde maken van deze tuin en de overgang van een kleine naar een grote tuin aanpak. Dit is voor mij natuurlijk de eerste keer dat ik in zo’n grote tuin aan de slag ga, dus ik ben absoluut geen expert en het doel is dan ook niet om te laten weten wat dé manier is om zo’n tuin aan te pakken en wat de manier is van tuinieren. Ik denk dat iedereen zijn eigen manier van tuinieren heeft en dat niet alles voor iedereen werkt. Maar hopelijk is het wel leuk en leerzaam om te weten hoe ik het heb aangepakt, waar ik tegenaan liep en wat wel en niet werkte voor mij, voor als je zelf een begin wilt maken aan een moestuin (groot of klein).

Ik hoor het dus graag als er onderwerpen zijn waar jullie iets over zouden willen horen (oftewel lezen). Zoals ik al zei heb ik niet het antwoord op alle vragen (er zijn genoeg die ik zelf heb en waar ik (nog) geen antwoord op heb kunnen vinden, zoals: ‘waar laat ik die gigantische berg kweekgras die nu op de tuin ligt?’), maar ik kan in ieder geval mijn ervaringen delen.

Courgettezaden

Het tuinjaar is tot zijn einde gekomen. Veel planten in de moestuin waren ziek (en een beetje verwaarloosd, oeps!) en het was nu tijd om ze uit de tuin te halen. De kas was ook een trieste bedoening geworden. Alle planten zijn er nu uit en de oppottafel (lees: opstapelplaats van vieze potjes) is ook weer (relatief) opgeruimd. Er moet alleen nog even een doekje door de kas, want alles is groen van de alg en er zit een hoop slakkenpoep in… De oogst van dit jaar is tegen gevallen. Veel planten hebben te langzaam gegroeid om echt goede oogst te geven, zoals de popcornmaïs. De bonen waren aangevreten net zoals de paprika’s, maar het ziet er wel vrolijk uit zo op de tuintafel:
De courgetteplant deed het in tegenstelling tot de rest van de moestuin erg goed dit jaar! (links op onderstaande foto, de plant staat rechts naast de esdoorn). Hoewel ik even dacht dat de plant dood zou gaan aan de meeldauw maakte de plant grote nieuwe takken die het grasveld over kropen, maar de plant bleef courgettes produceren. Eentje heb ik er laten hangen om echt groot te worden, om zaden uit te halen. Courgettesoorten kruizen onderling heel makkelijk, dus als je zaden uit je eigen courgettes wil halen moet je zorgen dat er geen kruisbestuiving optreedt. Ik had echter maar één soort courgette in de tuin staan (klimcourgette long green trailing) dus er was geen kans op kruisbestuiving.

Als je zaden van de courgettes wilt oogsten, moet je een courgette helemaal door laten groeien totdat de schil is verkleurd (die van mij is een beetje aan de vroege kant geoogst, hij had nog langer mogen blijven hangen), want dan weet je zeker dat de zaden helemaal volgroeid zijn. Je kunt de courgette nog wel iets laten narijpen binnen, maar het is effectiever om de courgette gewoon aan de plant te laten hangen.

Als de courgette zo rijp is, is het vruchtvlees niet zo lekker meer om los gegrild te eten of door een salade te gooien. Je kunt het vruchtvlees echter nog wel gebruiken om bijvoorbeeld soep van te maken of te verwerken in saus. Wel zou ik aanraden om de courgette te schillen, omdat de schil van oudere courgettes vrij hard is. De courgette die ik uit de moestuin haalde was ruim drie kilo en een halve meter lang en dus niet zo makkelijk om te hanteren als een kleine courgette. Ik heb dus een flink keukenmes gebruikt om de courgette mee te lijf te gaan ;-).  Ik heb eerst de courgette gehalveerd en daarna heb ik ze in dikke plakken gesneden, om de courgette iets handbaarder te maken. Het enige nadeel is dat je bij elke plak die je maakt een paar zaden doorsnijdt, die zijn dan natuurlijk niet meer bruikbaar om volgend jaar courgetteplantjes uit op te kweken. De kapotte zaden kun je dus weggooien.


De binnekant van de courgettes was duidelijk verdeeld in drie zaadlijsten, dus ik heb elke plak in derden gesneden. Daarna is het tijd om met je handen aan de slag te gaan en de zaadlijsten van de plakken los te trekken. Je zou ze er ook uit kunnen snijden, maar dan heb je het risico dat je nog meer zaden kapotsnijdt. De zaadlijsten zijn een soort draderige massa waar de zaden een beetje in verstopt zitten. De zaden pulk je er echter makkelijk uit. Hou alleen de donkerder gekleurde dikkere zaden. De witte platte kun je weggooien, want die zijn nog niet volgroeid. De zaden aan de linkerkant op onderstaande foto zijn dus goed, de rechter niet.

Als je alle zaden hebt verzameld is het tijd om de zaden schoon te maken. Ik heb ze schoongemaakt door ze in een zeef te doen en onder de kraan goed af te spoelen. Na het wassen kun je de zaden drogen. Maak ze eerst gewoon droog met een keukenpapiertje of een doek zodat het meeste water eraf is. Ze moeten echter nog even goed drogen voordat je ze kunt opbergen. Laat ze nog zeker een week tussen keukenpapier drogen. Daarna kun je ze opbergen 🙂

 

 

 

 

Klimcourgettechaos

Dit jaar heb ik een nieuwe plant uitgeprobeerd: de klimcourgette (soort: long green trailing). Deze courgette heeft een andere groeivorm dan de ‘normale’ courgette. Een normale courgette maakt namelijk een groot rozet, met de courgettes die dan in het hart van de plant groeien. De klimcourgette maakt daarentegen lange stengels die je kunt opbinden, zodat de courgette klimt. Hij maakt ook net als een komkommerplant van die flexibele stengels die hij helemaal om de stok (of buurplanten) kan wikkelen om zich vast te houden. Deze groeivorm klonk heel ideaal voor in mijn niet zo grote moestuin, omdat ik de plant strak langs de schutting kon laten klimmen en niet een ruime vierkante meter grondoppervlak hoefde op te offeren voor één courgetteplant.

De courgette kiemden snel, maar groeide in het begin heel langzaam. Toen ik eind juli op vakantie ging stonden er vier plantjes met elk twee à drie bladeren. Ik heb ze allevier laten staan met de gedachte om na de vakantie te kijken welke plant mijn twee weken afwezigheid het best hadden overleefd en de andere weg te halen. Toen ik echter na de vakantie terug kwam, waren de planten gegroeid als kool en zaten ze letterlijk met elkaar in de knoop (en ook met de andere planten die in hun nabijheid stonden).

Het eerste wat ik gedaan heb ik de snoeischaar gepakt (en de tuinhandschoenen, de courgetteplant heeft namelijk haartjes op de stelen en de bladeren die bij mij nogal irriteren) en de plant drastisch gesnoeid. Het was zo’n wirwar van takken en bladeren dat nauwelijks nog te zien was welke stengel bij welke plant hoorde en ik heb dan ook perongeluk van twee van de vier planten de hoofdstengel doorgeknipt. Maar dat was niet zo heel erg, want ik had er nog steeds twee over en ik had duidelijk geen ruimte voor vier courgetteplanten 😉 En de stengels waar de twee bloemen aanzaten heb ik gelukkig niet perongeluk weggesnoeid. Het waren dan wel twee mannelijke bloemen, dus er was nog geen kans op een courgette, maar er zaten aan die tak nog genoeg bloemknoppen van ook vrouwelijke bloemen.

Nadat mijn snoeiwoede voorbij was, vreesde ik dat ik misschien te veel van de planten had weggesnoeid, want de courgettes stonden er maar een beetje zielig kaaltjes bij, in vergelijking met de volle plant die eerder de tuin had gedomineerd. De berg snoeiafval leek meer courgetteplantdelen te bevatten dan wat er nu nog daadwerkelijk aan de plant zat.

Al snel merkte ik dat ik niet bang hoefde te zijn dat ik de plant per ongeluk vermoord had door mijn snoeiwerkzaamheden, want de plant maakte al snel weer een hoop nieuwe bladeren aan. En nu, een week of drie later, zit de plant vol bloemen en zelfs al twee courgettes en groeit de plant haast sneller dan ik er tegenop kan snoeien. Toen ik vorige week terugkwam van mijn introductieweek van de universiteit had ik een zijtak van de plant gemist met snoeien en die groeit nu door de Japanse esdoorn. (Na het schrijven van dit blogbericht pak ik mijn snoeischaar maar weer even om de esdoorn te bevrijden van de wurggreep van de courgette). En een andere zijtak groeit rustig over het terras en weer een andere woekert over het gras.

De bladeren zijn zo groot dat ze de bietjes en worteltjes compleet overschaduwen. De plant is wel geschikt voor kleine moestuinen (ik zal de klimcourgette zeker aanraden in plaats van een ‘normale’ courgette), maar er gaat wel veel tijd zitten in snoeien. Daarbij zou ik aanraden om zeker twee stengels van de plant te laten staan (of twee planten met ieder één hoofdstengel) omdat je dan meer kans hebt dat er een mannelijke en een vrouwelijke plant op dezelfde dag bloeien. Courgettebloemen bloeien namelijk maar één dag en om een bevruchte vrouwelijke bloem – en dus een courgette – te krijgen moet de vrouwelijke bloem gelijk open zijn met een mannelijke bloem (en er moet dan natuurlijk ook nog even een bijtje langskomen, maar dat gaat hier eigenlijk altijd wel goed. En anders kun je altijd zelf nog met een wattenstaafje van stuifmeel van de mannelijke bloem naar de vrouwelijke bloem overbrengen). Als je echter regelmatig even snoeit en eventueel in de weg hangende bladeren weghaalt, dan is de plant zeker goed in toom te houden. 🙂